Alle blogs, Auteur, Lieuwejan van Dalen, Uitgeverij Groen

De paarse periode (2)

De paarse periode (2)

In deze Adventsperiode wil ik bewust stilstaan bij m’n eigen levenshouding. Ik vroeg me in m’n vorige blog af: hoe wil ik deze ‘paarse periode’ – de liturgische kleur paars staat voor berouw, bekering en verootmoediging – beleven? Bewust geloven in deze Adventsweken zal me helpen om straks voluit het Kerstfeest te vieren. Paars bepaalt me bij inkeer, overgave, geduld en dankbaarheid. Maar er is meer…

Tevredenheid

Als ik dankbaar ben, kan ik ook tevreden zijn. Helaas is tevredenheid in onze tijd ver te zoeken. Hoewel ik als westers mens behoor tot het kleine, rijke deel van de wereldbevolking dat het beter heeft dan de overige 90% van de mensheid, blijf ik (helaas) verlangen naar meer: beter, leuker, mooier, groter en luxer. Daarom vraag ik mezelf af: wat is ‘Gods norm voor genoeg’? Paulus leert mij het volgende: ‘Als wij echter onderhoud en onderdak hebben, dan moet ons dat genoeg zijn’ (1 Tim. 6:8). Kort daarvoor verbindt de apostel tevredenheid met godsvrucht. Een andere tekst zegt het als volgt: ‘Wees tevreden met wat u hebt. Want Hij heeft gezegd: Ik zal u geenszins begeven, Ik zal u geenszins verlaten’ (Hebr. 13:5). Wie de dragende armen van de Vader ervaart, leert tevredenheid kennen – niet als een algemene deugd, maar als een geestelijke vrucht.

Dienen en delen

Hiermee wil ik niet ontkennen dat er Nederlanders in ‘stille armoede’ leven. Niet iedereen heeft het goed. Sommigen hebben hun baan verloren. Anderen zitten diep in de schulden. Wat een moeite geeft dat: slapeloze nachten en misselijke dagen. Laat niemand onderschatten hoe zwaar financiële problemen drukken op een mens! Dat brengt mij bij de vraag: wie ben ik voor mijn naaste in nood? Het evangelie maakt duidelijk dat christenen die hun Heere verwachten, zijn te herkennen aan hun daden. Het enige verschil tussen de schapen en bokken in Jezus’ bekende gelijkenis is wat zij wel of niet deden (Mat. 25:40,45). Diaconaat is mijns ziens terug te brengen tot twee werkwoorden: dienen en delen. Als ik de komst van Jezus Christus verwacht, dan wil ik mijn naaste helpen en geven – en Hij heeft mij gezegd dat geven gelukkiger maakt dan krijgen (Hand. 20:35).

Toekomstperspectief

Het Nieuwe Testament leert mij dat hoop het verschil maakt tussen gelovigen en ongelovigen. Als ik God tegemoet leef, heb ik verwachting voor aardse tijd én eeuwigheid. Het toekomstperspectief van God Woord tilt mij als het ware uit boven het hier en nu. In het Oude Testament klinkt die verwachting al door. Psalm 130 spreekt eerst over de schreeuw uit de ellendige diepte, daarna over de hoop op de genadige Heere. Het volbrachte werk van Jezus Christus brengt mij – en ik hoop ook jou – vastheid en zekerheid. Wie alleen voor dit leven z’n hoop op Christus heeft gebouwd, is beklagenswaardig (1 Kor. 15:19). Maar als ik Jezus’ kruis en opstanding – uit genade, door geloof – heb aanvaard als de enige vaste grond voor m’n leven én sterven, dan kan in vreugde en vrede voortgaan omdat het perspectief heerlijk is! De hoop op Gods toekomst geeft mij vertrouwen voor vandaag én morgen. Ervaar ik dat altijd zo? Nee, soms word ik moe – ben ik mat. Maar ik weet ook dit: wie de Heere verwacht, krijgt nieuwe kracht (Jes. 40:29-31). Geen mens of ding kan de kracht van de Komende breken!

Lieuwejan van Dalen

Related Posts

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *