Auteur, Tineke Tuinder

Afzien

Langzamerhand heb ik de leeftijd van een senior bereikt. Niet dat het zo voelt, maar de cijfers liegen er niet om. Als ik bedenk dat de baby’tjes die in 2000 geboren werden, inmiddels alweer volwassen zijn, dan snap ik best dat iemand die ergens halverwege de vorige eeuw het levenslicht zag in de ogen van deze millenniumgeneratie stokoud moet lijken.

Een tijdje geleden vroeg onze kleinzoon, die toen een jaar of zeven was, ons om iets te vertellen over spulletjes die wij vroeger niet hadden en zij nu wel. Of andersom. Hij begon met een concrete vraag: hoe spraken we vroeger af om samen buiten te gaan spelen? Belden we elkaar dan, of stuurden we een appje? Voor het antwoord op die vraag moesten we even diep in ons geheugen graven. Hoe deden we dat ook alweer?

Het antwoord bleek bijzonder ontluisterend te zijn voor een jochie uit 2010. Een telefoon had niet iedereen in huis, en als die er wel was, werd die zeker niet gebruikt voor speelafspraakjes. We speelden gewoon heel vaak buiten, kwamen elkaar daar tegen en besloten ter plekke om verstoppertje te gaan spelen, te gaan rolschaatsen, hutten bouwen of stoepranden. Dat laatste woord verdiende wel even wat uitleg…

Dat de brievenbus vaak gebruikt werd als communicatiemiddel, wilde er al helemaal niet in. Klepje omhoog en roepen maar, of gewoon ‘klepperen’ om te laten weten dat je er was… ‘Klepperen’, weer zo’n echt opa-en-oma-woord…
De telefoons, zo vertelden we hem vervolgens, hadden allemaal een draadje en een draaischijf. Beetje vreemd en ook lastig, zei hij, maar die kende hij nog wel, van Fisher-Price dan.

Het idee dat er in mijn ouderlijk huis pas halverwege de jaren zestig een televisietoestel verscheen, oogstte al wat meer verbazing. We gingen nog een stapje verder en vertelden het mannetje dat er op die tv alleen ’s avonds iets te zien was, en soms ’s middags een paar uurtjes. En dat we de keuze hadden uit twee Nederlandse kanalen, en hier en daar in Nederland nog een enkele buitenlandse zender. En dat het beeld maar drie kleuren kende – zwart, wit en grijs. Die wetenswaardigheden waren al iets moeilijker te behappen voor ons ventje.

Maar toen we hem vertelden dat we het woord ‘afstandsbediening’ nog niet kenden, laat staan dat we er een hadden, en dat we dus voor elke handeling moesten opstaan om het toestel ter plekke te bedienen, toen was de grens van zijn inlevingsvermogen bereikt.

En hoe we ook probeerden hem ervan te overtuigen dat wij een heerlijke, onbezorgde jeugd hadden gehad, met weinig spullen en veel vriendjes, in zijn ogen was een leven zonder alle geneugten van deze tijd gewoon niet meer voor te stellen.

Eigenlijk had hij er maar één woord voor, voor die jeugd van ons: afzien.

 

 

Samen met Lifeprints maakte Tineke het prachtige geschenkboek Ik zal er zijn. Dit boek is bedoeld voor situaties waarin bemoediging en inspiratie meer dan welkom zijn. Of je nu even vastloopt of in de storm van je leven zit, God houdt Zich aan Zijn belofte. ‘Ik zal er zijn’ is wat Hij in Zijn Woord belooft. Niet altijd op de manier zoals wij het zelf hadden bedacht en gehoopt, maar Hij is erbij. Met zeven verschillende woorden wordt het thema ‘Ik zal er zijn’ uitgewerkt. Het boek bevat inspirerende teksten, liedteksten, citaten en Bijbelteksten. Een feest voor het oog en een balsem voor het hart!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *