Alle blogs, Boeken, Persoonlijk

Adembenemend

Vol goede moed begin ik aan de klim. De gids heeft ons verteld dat het een pittige wandeling wordt, maar ach, als ik om me heen kijk zie ik mensen die er qua leeftijd en conditie niet beter aan toe lijken te zijn dan ik ben. Wat zij kunnen, kan ik ook. Dus vooruit met de geit!

De eerste meters verlopen zonder problemen. Kwiek en monter zet ik de ene voet voor de andere, en al gaat het pad langzaam maar zeker omhoog, ik heb er alle vertrouwen in dat ik deze tocht zonder problemen kan uitlopen. Maar nog geen vijf minuten later blijf ik staan. Steunend en kreunend zet ik mijn handen op mijn knieën en probeer gecontroleerd in- en uit te ademen om zo weer voldoende zuurstof in de cellen van mijn krakkemikkige lijf te zuigen voor de rest van de klim. Intussen schaam ik me wild.

Voorzichtig kijk ik om me heen. Zie je wel, ik ben dus de enige die is blijven stilstaan. Eén blik omhoog vertelt me dat de rest van de groep al een paar meter verder is. Huppelend als een stelletje jolige berggeiten.

Maar ik wil me niet laten kennen. Dus strek ik de knikkende knieën en ga weer op pad. Kom op, het is dan misschien geen peulenschil, maar ik moet dit kunnen, moedig ik mezelf aan. En warempel, het gaat zowaar een stuk beter. Vijf hele minuten lang. Dan voel ik het weer in mijn longen en mijn benen. Even nog doe ik alsof er niets aan de hand is, maar dan rest mij niets anders dan weer stoppen om op adem te komen.

Dat schiet lekker op zo. Weer kijk ik hijgend en puffend om me heen. Deze keer zie ik dat ik lang niet de enige ben. Voor en achter me zie ik mensen in dezelfde houding staan als ik, voorovergebogen, handen op de knieën, snakkend naar adem.

Enigszins opgelucht, vooral figuurlijk, loop ik weer verder. Nu zie ik ook onderweg mannen en vrouwen die er even helemaal doorheen zitten. Die zuchtend omhoogkijken, diep ademhalen en weer doorgaan. Ik zie zelfs klimmers die elkaar vasthouden om de krachten te bundelen. Het schijnt te helpen – gedeelde moed is dubbele moed, vermoed ik.

De rest van de klim verloopt niet veel anders – met goede momenten en slechte momenten. Maar diep vanbinnen begint er iets te dagen. Te gloeien. De zekerheid dat ik dit ga volbrengen. Niet omdat ik zo sterk ben. Niet omdat mijn conditie zo goed is. Maar omdat ik het lef heb toe te geven dat het me nooit lukt, tenzij ik telkens even stop om zuurstof bij te tanken en mijn lijf rust te gunnen. Tenzij ik regelmatig de tijd neem om op adem te komen.

Zo bereik ik uiteindelijk de top. Waar ik beloond word met een adembenemend uitzicht.

Aan het eind van die mooie, moeizame dag dringt het tot me door dat mijn leven als christen best wel wat weg heeft van deze klim. In het dagelijkse leven loop ik ook regelmatig tegen mijn grenzen aan. Kan ik soms gewoon even niet verder. Maar vind ik maar al te vaak dat ik gewoon door moet gaan. Wat zou zo’n regelmatige rustpauze mij dan kunnen helpen – even pas op de plaats, even zitten aan Jezus’ voeten om op adem te komen bij Hem. Om vervolgens, gesterkt door de zuurstof van Zijn Geest, weer verder te gaan.

Tineke is de eindredacteur van het dagboek Kom op adem. In dit dagboek word je elke dag weer uitgedaagd om te midden van dit drukke, gejaagde leven je rust bij God te vinden. De stukjes zijn bewust kort en nodigen uit om even niets te hoeven, maar gevuld te worden met de vrede van God. Rode draad vormen de namen en eigenschappen van God. Daardoor ligt de focus niet op iets wat je moet doen, maar op stilte en verwondering.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *