Boeken, Geloof

Rachels pijn

Ze slaat haar handen voor haar oren als ze de baby hoort huilen en krult zich op op haar mat. Het geluid van het pasgeboren kind snijdt als een mes door haar binnenste. Zes zonen! Lea heeft zes zonen gekregen en haar schoot blijft leeg. Het enige waar zij goed voor is, is andere vrouwen helpen met hun kinderen. Als het gehuil luider wordt, drukt ze haar vingers tegen haar oren. Ze hoort haar eigen bloed stromen en vervloekt het. Waarom blijft het maar stromen? Ze is leeg en ze blijft leeg.

Weer ziet ze de voldane blik van Lea voor zich die op haar gezicht was verschenen toen Zilpa het ingezwachtelde jongetje op haar buik had gelegd. Warme tranen stromen over haar gezicht, uit een onuitputtelijke bron. Ze is uit Lea’s tent vertrokken voordat Jakob naar zijn jongste zoon kwam kijken. De bewonderende blikken, de wonderlijke eenheid die haar man en haar zus dan vormen, ze kan het niet verdragen.

Dan hoort ze Bilha’s stem: ‘Rachel!’ De roep wurmt zich langs haar vingers die haar oren dichtdrukken. Nog harder drukt ze, tot het pijn doet. Even later voelt ze de mat bewegen onder Bilha’s gewicht. Ze gaat achter haar liggen en slaat haar armen om haar heen. De warmte van haar lichaam kan de pijn niet verdrijven. Voorzichtig haalt Bilha haar handen weg bij haar oren.
‘Ik wist dat je hier was,’ fluistert ze.

Als Rachel Jakob bij de put ontmoet is het liefde op het eerste gezicht. In elk geval voor Jakob. Omdat hij de vader van Rachel, Laban, geen bruidsschat kan betalen, wil hij zeven jaar voor Rachel werken. En de jaren waren in zijn ogen als dagen, omdat hij haar liefhad. (Genesis 29:20)

Door Labans listigheid trouwt Jakob eerst met Lea, de zus van Rachel, en daarna met Rachel. Al snel baart Lea de ene na de andere zoon. Rachel niet. Ze is onvruchtbaar, net als Sara en Rebekka waren. Ze wordt jaloers op Lea en in Genesis 30: 1 roept ze in haar wanhoop naar haar man: ‘Geef mij kinderen, en zo niet, dan sterf ik.’

Kinderen, vooral zonen, betekenen toekomst en status in de wereld van de zussen. Maar Jakob lijkt geen begrip te hebben voor Rachels pijn. Hij reageert boos: ‘Neem ik soms de plaats in van God, Die jou de vrucht van de schoot onthouden heeft?’ (Genesis 30:2)

Hij wrijft haar in dat het háár baarmoeder is die dichtzit. Híj heeft tenslotte al kinderen met Lea. Hem onthoudt God geen zonen. Nergens is te lezen dat Jakob God vraagt om de schoot van Rachel te openen. In tegenstelling tot zijn vader Izak die vurig tot God bad in het bijzijn van zijn vrouw, omdat zij onvruchtbaar was (Genesis 25:21). Rachel staat er alleen voor.

In Genesis 30 lezen we dat Ruben liefdesappeltjes vindt, ofwel alruinen. Ze zouden in seksueel opzicht stimulerend werken en de vruchtbaarheid bevorderen. Vandaar dat Rachel de alruinen wil hebben. Ze ruilt met Lea een nacht met Jakob voor de vruchten.
Ondanks dat Rachel de alruinen heeft, raakt Lea zwanger. In rap tempo verhaalt de Bijbel over de geboorte van twee zonen en een dochter. Direct hierna, of misschien gelijktijdig, denkt God aan Rachel.

Eindelijk, nadat andere vrouwen haar man elf kinderen hebben geschonken, is het haar beurt. God bepaalt de tijd, niet de alruinen. Waarom Hij haar schoot nu opent, vertelt de Bijbel niet.

Na de geboorte van Jozef raakt Rachel voor de tweede keer zwanger. De familie trekt van Bethel naar Efrath als haar weeën beginnen. Ironisch genoeg sterft Rachel, die jarenlang gebukt ging onder onvruchtbaarheid, in het kraambed.

Het verhaal van Rachel is eigenlijk best treurig. Haar naam zal onlosmakelijk verbonden blijven aan de pijn van onvruchtbaarheid. Ze wordt begraven langs de weg naar Efrath, ofwel Bethlehem. Jakob richt een gedenksteen op bij het graf en deze steen is een herkenningspunt geworden (1 Samuel 10:2).

Rachel wilde zonen, Lea wilde de liefde van haar man en Eva wilde net zo worden als God en goed én kwaad kennen. Zij wilden dat wat buiten hun bereik lag in de veronderstelling dat net dát hen gelukkig zou maken. Klinkt het bekend? Voor mij wel. Ik ben niet snel tevreden, het moet altijd meer, altijd beter. Ik ben het aan het afleren, maar ik heb nog een lange weg te gaan. Tevreden zijn met wat is, met wat God geeft en met wie ik mag zijn. Dat wens ik mezelf toe en jou ook.

In Buitengewone vrouwen zoals jij lees je tien weken lang over vrouwen uit de Bijbel die gewaagde keuzes maakten, die de verwachtingen en regels van hun cultuur overtraden. De één was brutaal, de ander leidde een leger. En God zegende hun daden. Hun verhalen gaan over jaloezie en verdriet, maar ook over liefde en moed. Omdat dat actuele thema’s zijn, wordt elk hoofdstuk afgesloten met een verhaal van een vrouw van nu, geschreven door Erica Duenk. De vrouwen uit dit boek hebben één grote gemene deler: God maakt hen krachtig, dapper en strijdbaar. Kortom, buitengewoon. Verlang jij daar ook naar?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site is protected by reCAPTCHA and the Google Privacy Policy and Terms of Service apply.